Spring naar inhoud

Jaarrekening

4.1 Balans per 31 december 2020

(na resultaatbestemming)        
  Ref. 31-dec-20   31-dec-19
    € 1.000   € 1.000
ACTIVA        
         
Vaste activa        
Materiële vaste activa 1 53.569   56.364
Financiële vaste activa 2 0   75
Totaal vaste activa   53.569   56.439
         
Vlottende activa        
Voorraden 3 36   25
Vorderingen en overlopende activa 4 866   2.359
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort WLZ 5 2.217   1.333
Liquide middelen 6 9.123   6.250
Totaal vlottende activa   12.242   9.967
         
Totaal activa   65.811   66.406
         
         
         
PASSIVA        
         
Eigen vermogen        
Bestemmingsfonds aanvaardbare kosten 7 18.440   16.995
         
Voorzieningen 8 1.837   1.761
         
Langlopende schulden 9 24.318   28.415
         
Kortlopende schulden        
Kortlopende schulden en overlopende passiva 10 21.216   19.235
Totaal kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)   21.216   19.235
         
Totaal passiva   65.811   66.406

4.2 Resultatenrekening over 2020

  Ref. 2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
         
Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning 11 94.141   89.191
         
Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet) 12 3.374   300
         
Overige bedrijfsopbrengsten 13 387   765
         
Som der bedrijfsopbrengsten   97.902   90.256
         
         
BEDRIJFSLASTEN        
         
Personeelskosten 14 71.914   65.241
         
Afschrijvingen vaste activa 15 4.950   5.077
         
Overige bedrijfskosten 16 18.780   18.375
         
Som der bedrijfslasten   95.644   88.693
         
BEDRIJFSRESULTAAT   2.258   1.563
         
Financiële baten en lasten 17 813   928
         
RESULTAAT BOEKJAAR   1.445   635
         
         
         
Resultaatbestemming        
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten   1.445   635
         
    1.445   635

4.3 Kasstroomoverzicht

  Ref.   2020     2019
      € 1.000     € 1.000
             
             
Bedrijfsresultaat     2.258     1.563
             
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen excl. boekwinst/verlies 15 4.933     5.056  
- mutaties voorzieningen 8 76     -755  
      5.009     4.301
             
Mutaties in werkkapitaal:            
- voorraden 3 -11     17  
- vorderingen 4 1.493     271  
- vorderingen/schulden u.h.v. financieringstekort resp. overschot WLZ 5 -884     -584  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan kredietinstellingen) 10 1.927     1.024  
      2.525     728
             
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     9.792     6.592
             
Betaalde rente 17 -816     -931  
Ontvangen rente 17 3     3  
      -813     -928
             
Kasstroom uit operationele activiteiten     8.979     5.664
             
             
Investeringen materiële vaste activa 1 -2.156     -2.797  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 18     111  
Desinvesteringen financiële vaste activa 2 75     0  
             
Kasstroom uit investeringsactiviteiten     -2.063     -2.686
             
             
Nieuw opgenomen leningen 9 0     0  
Aflossing langlopende schulden 9 -4.043     -4.441  
             
Kasstroom uit financieringsactiviteiten     -4.043     -4.441
             
Mutatie geldmiddelen     2.873     -1.463
             
             
Recapitulatie            
Saldo liquide middelen per 1 januari     6.250     7.713
Saldo liquide middelen per 31 december     9.123     6.250
             
Mutatie in het boekjaar     2.873     -1.463

4.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Algemene gegevens
Zorginstelling Vanboeijen is statutair en feitelijk gevestigd te Assen, op het adres Eemland 1. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41186587. De belangrijkste activiteiten zijn het zorg en ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke handicap.

Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2020, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2020.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de regeling verslaggeving WTZi, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving RJ 655, titel 9 BW2 en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Continuïteitsveronderstelling
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Segmentering
In de jaarrekening is geen nadere segmentatie van de resultatenrekening opgemaakt aangezien Vanboeijen alleen in het segment gehandicaptenzorg actief is.

Verbonden partijen
Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

Stichting Vrienden van Vanboeijen is conform art 7 lid 6 Regeling verslaglegging WTZi niet geconsolideerd.

Grondslagen van waardering van activa en passiva

Activa en passiva
Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen historische kosten. Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Vanboeijen zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.

Indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen.

Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Presentatie en functionele valuta
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van Vanboeijen. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De waarderingsgrondslagen van de voorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten aandelen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categoriën financiële instrumenten opgenomen: financiële vaste activa, overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. Vanboeijen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten en houdt geen handelsportefeuille aan.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien financiële instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten bij de vervolgwaardering gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening. Eventueel worden direct toerekenbare transactiekosten verwerkt in de resultatenrekening, tenzij hierna anders beschreven.

Verstrekte leningen en overige vorderingen
Verstrekte leningen en overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de resultatenrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de resultatenrekening verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Saldering van financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Financiële vaste activa
Een financieel actief worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde, vermeerderd met direct toerekenbare transactiekosten. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor de overige financiële vaste activa zijn verder opgenomen onder het hoofd Financiële instrumenten. Afwijkend hieraan was de deelneming VIA Assen BV gewaardeerd op basis van historische kostprijs.

Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen en materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met eventueel ontvangen subsidies, de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling, bij afstoting of volledige afschrijving.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden vanaf 2019 verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Alle overige onderhoudscriteria worden direct in de resultatenrekening verwerkt.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en bedrijfswaarde.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last aangemerkt in de resultatenrekening. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van het desbetreffende actief niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepalend zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de resultatenrekening.

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.

Vorderingen en schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot WLZ
Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget (artikel 6 Regeling verslaggeving WTZi). De waardering is beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten.

Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekeningcourantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen
Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan door de bevoegde organen van de stichting een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. Bestemmingsfondsen zijn reserves waaraan door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan.

Aanwending van bestemmingsreserves en -fondsen
Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen worden in de resultatenrekening verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve of fonds gebracht. Wijzigingen in de beperking van de bestemming van reserves welke door de daartoe bevoegde organen of instanties worden aangebracht, worden als overige mutatie binnen het eigen vermogen verwerkt.

Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Voorziening ziekteverzuim
De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. De voorziening wordt berekend over medewerkers waarvan de verwachting is dat deze niet (volledig) terugkeren. Oftewel, waarbij de kans groter wordt geacht dat ze wel (gedeeltelijk) ziek uit dienst gaan dan niet. Voor de verwachte toekomstige salarisbetalingen wordt rekening gehouden met de hoogte van het salaris en de individuele herstelkans. 

In 2020 is een schattingswijziging doorgevoerd. Medewerkers die minder dan 3 maanden ziek zijn, worden voortaan niet meer in een collectieve berekening opgenomen, maar alleen op individuele basis. Dit heeft geleid tot een positief resultaateffect van € 360.000.

Voorziening jubileumverplichtingen
De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De jubileumvoorziening wordt gevormd door de contante waarde van toekomstige jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. De disconteringsvoet van 1,42% (2019: 1,42%) waartegen contant wordt gemaakt geeft de actuele marktrente weer.

Voorziening verlieslatend contracten
De voorziening voor verlieslatende contracten betreft de beste schatting van het negatieve verschil tussen de verwachte voordelen uit de door de stichting na de balansdatum te ontvangen prestaties en de onvermijdbare kosten om aan de verplichtingen te voldoen. De onvermijdbare kosten zijn de kosten die tenminste moeten worden gemaakt om van de overeenkomst af te komen, zijnde de laagste van enerzijds de kosten bij het voldoen aan de verplichtingen en anderzijds de verschuldigde vergoedingen of boetes bij het niet voldoen aan de verplichtingen.

Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben, uitgaande van historisch kosten. Verliezen worden verantwoord als deze voorzienbaar zijn; baten worden verantwoord als deze gerealiseerd zijn. Baten en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.

Opbrengsten
De opbrengsten uit dienstverlening worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten. Bij de berekening van het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten is geen rekening gehouden met de na-indexering.

De met de baten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord.

Subsidies
Subsidies worden ten gunste van de resultatenrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Personeelskosten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers, respectievelijk de belastingautoriteit. De beloningen van het personeel worden als last in de resultatenrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de instelling. Voor de beloningen met opbouw van rechten worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen.

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Pensioenen
Vanboeijen heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling op grond van de CAO GHZ. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Vanboeijen. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door zijn financiële verplichtingen) dit toelaat. In december 2020 bedroeg de dekkingsgraad 92,6%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 104%, maar in aanloop naar het nieuwe pensioenakkoord is een minimale dekkingsgraad van 90% toegestaan.
Vanboeijen betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. Vanboeijen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het voldoen van toekomstige premiebijdragen. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

Leasing
De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij Vanboeijen is geen sprake van financiële lease.

Operationele lease
Als Vanboeijen optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de resultatenrekening gebracht.

Afschrijvingen
Boekwinsten en -verliezen uit incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Rentebaten en soortgelijke baten en rentelasten en soortgelijke lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

4.5 Toelichting op de balans

4.5.1 Activa

1. Materiële vaste activa

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Bedrijfsgebouwen en terreinen             42.323   44.499
Installaties             6.293   6.927
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting             4.233   4.503
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering             466   181
Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa             254   254
                   
Totaal materiële vaste activa             53.569   56.364
                   
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             56.364   58.734
Bij: investeringen             2.156   2.797
Af: afschrijvingen             -4.933   -5.056
Af: bijzondere waardeverminderingen             0   0
Af: desinvesteringen             -18   -111
                   
Boekwaarde per 31 december             53.569   56.364
                   
                   
Aanschafwaarde             91.419   91.740
Cumulatieve afschrijvingen             -37.850   -35.376
              53.569   56.364

Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder vaste activa.

2. Financiële vaste activa

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Overige deelnemingen             0   0
Overige langlopende vorderingen             0   75
                   
Totaal financiële vaste activa             0   75
                   
                   
Het verloop van de overige deelnemingen is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             0   75
Bij: investeringen             0   0
Af: afschrijvingen             0   0
Af: desinvesteringen             0   -75
                   
Boekwaarde per 31 december             0   0
                   
Het verloop van de overige langlopende vorderingen is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             75   0
Bij: investeringen             -50   75
Af: waardevermindering             0   0
Af: herrubricering             -25   0
                   
Boekwaarde per 31 december             0   75

In 2016 heeft Vanboeijen een 50% deelname verkregen in VIA Assen BV, gevestigd te Assen. Dit aandeel bedraagt € 75.000 en is overgenomen van de Stichting Vrienden van Vanboeijen, gefinancierd middels een achtergestelde lening met een looptijd van 10 jaren. In 2019 is de deelneming verkocht tegen verkrijgingsprijs. De koopsom is omgezet in een lening met drie gelijke aflossingen in 2020 t/m 2021.

3. Voorraden

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Voorraden             36   25
                   
              36   25

Gedurende het boekjaar is ten laste van de resultatenrekening een voorziening wegens incourantheid gevormd voor een bedrag van € 0 (2019: € 0).

4. Vorderingen en overlopende activa

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Vorderingen op debiteuren             155   1.007
Nog te vorderen WMO gelden             105   180
Nog te ontvangen Jeugdwet gelden             65   122
Compensatieregeling transitievergoedingen             30   749
Rekening courant Vrienden van Vanboeijen             27   132
Voorschot vervoerders             39   39
Vooruitbetaalde huur en crediteuren             106   58
Stagefonds             135   0
Overige vorderingen             204   72
                   
Totaal vorderingen en overlopende activa             866   2.359

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Op de vordering uit hoofde van debiteuren is een voorziening voor oninbaarheid ad € 12.000 in mindering gebracht (2019: € 46.000).

Van de vorderingen en overlopende activa heeft € 39.000 een looptijd van langer dan 1 jaar (2019: € 39.000).

In de Wet compensatie transitievergoeding is vastgesteld dat werkgevers gecompenseerd worden voor de transitievergoedingen die betaald zijn aan medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. Afrekening van de periode 2015 t/m 2019 heeft plaatsgevonden in 2020. Ultimo 2020 betreft het alleen recente vorderingen.

5. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz

      t/m 2018   2019   2020   totaal
      € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Saldo per 1 januari     0   1.333   0   1.333
                   
Financieringsverschil boekjaar     0   0   2.217   2.217
Correcties voorgaande jaren     0   226   0   226
Betalingen/ontvangsten     0   -1.559   0   -1.559
Subtotaal mutatie boekjaar     0   -1.333   2.217   884
                   
Saldo per 31 december     0   0   2.217   2.217
                   
Stadium van vaststelling:                  
Erkenning 300-211     c   c   a    
         
a= interne berekening                  
b= overeenstemming met zorgverzekeraars                  
c= definitieve vaststelling Nza                  
              31-dec-20   31-dec-19
               
Waarvan gepresenteerd als:                  
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort             2.217   1.333
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot             0   0
              2.217   1.333
                   
                   
Specificatie financieringsverschil WLZ in het boekjaar             2020   2019
              € 1.000   € 1.000
                   
Wettelijk budget aanvaardbare kosten WLZ boekjaar             88.283   83.650
Af: ontvangen voorschotten             86.066   82.317
                   
Totaal financieringsverschil             2.217   1.333

De nacalculaties van de jaren t/m 2019 zijn volledig afgerekend met het NZa.

6. Liquide middelen

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Bankrekeningen             9.109   6.228
Kassen             14   22
                   
Totaal liquide middelen             9.123   6.250

De liquide middelen zijn op balansdatum circa € 2 mln hoger dan gebruikelijk door de vooruitontvangen zorgbonus.

4.5.2 Passiva

7. Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfondsen             18.440   16.995
Totaal eigen vermogen             18.440   16.995
                   
                   
Het verloop van de bestemmingsfondsen is als volgt:     saldo per 1-jan-2020   resultaat-bestemming   overige mutaties   saldo per 31-dec-2020
      € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten     16.995   1.445   0   18.440
      16.995   1.445   0   18.440

Het resultaat van het boekjaar is volledig toegevoegd aan de bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten.

8. Voorzieningen

Het verloop is als volgt weer te geven: saldo per 1-jan-2020   dotatie   onttrekking   vrijval   saldo per 31-dec-2020
  € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Jubileumverplichtingen 868   90   76   114   768
Langdurig ziekteverzuim 893   249   308   467   367
Verlieslatende contracten 0   702   0   0   702
Totaal voorzieningen 1.761   1.041   384   581   1.837

De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband en is grotendeels langlopend. Circa € 52.000 (2019: € 104.000) heeft een looptijd korter dan een jaar. De berekening is gebaseerd op CAO-verplichtingen, blijfkans en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd: 

  • Disconteringsvoeten: 1,42% gebaseerd op historisch verloop.
  • Gemiddelde salarisstijging 1,40%.

De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. Dit betreft het loon in het eerste ziektejaar, 70% doorbetaling in het tweede ziektejaar en een mogelijke transitievergoeding. Van de voorziening op balansdatum heeft € 202.000 betrekking op een periode korter dan 1 jaar en is € 165.000 langlopend.

De voorziening verlieslatende contracten heeft een kortlopend karakter. De voorziening is bedoeld om de effecten op te vangen van het niet gegund krijgen van de aanbesteding beschermd wonen in centrumgemeente Assen. De voorziening bevat onvermijdbare kosten, die ontstaan door de verplichting vanuit het aflopende contract om cliënten binnen de overgangsperiode van een jaar een passende andere plek te geven. De voorziening omvat kosten als gevolg van frictieleegstand en een lagere efficiency van de personele inzet.

9. Langlopende schulden

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000   € 1.000
                   
Schulden aan kredietinstellingen             28.340   32.383
Achtergestelde leningen             75   75
                   
Totaal langlopende schulden             28.415   32.458
                   
                   
Het verloop is als volgt weer te geven:                  
                   
Stand per 1 januari             32.458   36.900
Bij: nieuwe leningen             0   0
Af: aflossing leningen             4.043   4.442
                   
Stand per 31 december             28.415   32.458
                   
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar             4.097   4.043
                   
Stand langlopende schulden per 31 december             24.318   28.415
                   
                   
Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:                  
                   
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr)             4.097   4.043
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr)             24.318   28.415
Hiervan langlopend (> 5 jaar)             16.129   17.982

De achtergestelde langlopende lening betreft overname van een deelneming van de Vrienden van Vanboeijen. De achterstelling geldt ten opzichte van alle andere schuldeisers van de stichting en gedurende de volledige looptijd. De lening wordt in 2021 vervroegd afgelost. De jaarlijks verschuldigde rente over de lening bedraagt 0%.

10. Kortlopende schulden en overlopende passiva

De specificatie is als volgt:             31-dec-20   31-dec-19
              € 1.000    € 1.000 
                   
Crediteuren             1.396   1.790
Aflossingsverplichtingen langlopende leningen             4.097   4.043
Belastingen en sociale premies             3.803   3.097
Schulden terzake pensioenen             144   894
Nog te betalen salarissen             541   447
Vakantiegeld             2.038   2.007
Vakantiedagen             1.280   1.231
Persoonlijk Budget Levensfase             4.603   4.415
Nog te betalen zorgbonus incl. loonheffing             1.523   0
Rekening courant ouderinitiatieven             46   50
Rekening courant De Zijlen             113   56
Vooruitontvangen bedragen             240   125
Verplichtingen i.v.m. reorganisatie 2016             30   35
Nog te betalen kosten             1.362   1.045
                   
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva             21.216   19.235

De aflossingsverplichtingen voor het komende jaar zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

Als gestelde zekerheid voor verstrekte financiering door het Waarborgfonds en de Rabobank is aan hen een hypotheekrecht van € 62 mln verstrekt op de registergoederen van Vanboeijen. Met de Rabobank zijn daarnaast de volgende financiële convenanten afgesproken:

  1. Solvabiliteit voor 2020 en volgende boekjaren: 25,0%.
  2. Debt Service Coverage Ratio minimaal 1,20.

Vanboeijen voldoet ultimo boekjaar 2020 aan beide ratio’s.

Onder de overlopende passiva zijn posten begrepen met een vermoedelijke resterende looptijd langer dan 1 jaar, namelijk vakantiedagen en persoonlijk levensfase budget.

De boekwaarde van de kortlopende schulden benadert de reële waarde daarvan, gegeven de korte looptijd van de opgenomen posten.

Over de rekeningcourantverhoudingen wordt geen rente berekend.

4.5.3 Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operationele leasing (inclusief huur). De operationele leasekosten worden lineair over de leaseperiode in de resultatenrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

                  € 1.000 
                   
Kortlopend deel ( < 1 jaar)                 3.133
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar)                 9.639
Langlopend deel ( > 5 jaar)                 7.696
                  20.468

Het bedrag van huur en leasebetalingen dat is verwerkt als last in 2020, bedraagt € 3,3 mln (2019: € 3,2 mln).

De liquide middelen staan voor een bedrag van € 15.000 (2019: € 15.000) niet ter vrije beschikking. Dit betreft gelden uit hoofde van door de bank afgegeven garanties.

Er zijn langlopende verplichtingen met enkele leveranciers aangegaan. De verplichting bedraagt:

                  € 1.000 
                   
Kortlopend deel ( < 1 jaar)                 1.424
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar)                 75
Langlopend deel ( > 5 jaar)                 0
                  1.499

Als gevolg van materiële controles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van materiële controles zijn vooralsnog onzeker, maar de inschatting is dat het financieel effect hiervan beperkt is. Vanboeijen heeft op basis van een risicoanalyse een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de hieruit voortvloeiende risico's en verplichtingen. Daarbij is rekening gehouden met uitkomsten van interne en externe controles.

Medio 2020 ontstond landelijk een discussie rondom (vermeende) fouten in het meerzorgsjabloon, dat toegepast wordt om te berekenen welke financiële omvang de meerzorg voor een cliënt heeft. VGN en ZN hadden en hebben hier overleg over, dat op het moment van schrijven nog niet afgerond is. Op basis van de eerste berichtgeving heeft Vanboeijen becijferd dat de meerzorgopbrengsten in 2019 en 2020 circa € 1,7 mln per jaar hoger zouden zijn, indien het sjabloon een juiste berekening had gekend. Vanboeijen heeft dit met zorgkantoor Zilveren Kruis besproken en gesteld dat zij meent recht te hebben op de ontbrekende opbrengsten. Gesprekken hierover zijn op dit moment nog gaande, waar ook VGN en ZN nog in gesprek zijn over hun beider onderzoeken. Indien de uitkomst is dat het meerzorgsjabloon over 2019 en 2020 inderdaad fouten blijkt te bevatten, dan meent Vanboeijen recht te hebben op de missende opbrengsten en is zij voornemens deze opbrengsten alsnog te claimen.

Waarborgfonds voor de zorgsector
De zorginstelling heeft in het kader van het WfZ-deelnemerschap een obligoverplichting richting het WfZ. Dit houdt in dat indien het eigen vermogen van het WfZ onvoldoende zou blijken om aan de garantieverplichtingen te voldoen en WfZ wordt aangesproken op zijn garantieverplichtingen, WfZ een beroep kan doen op financiële hulp van de deelnemers. Deze hulp wordt in dat geval geboden in de vorm van renteloze leningen aan het WfZ. De omvang van het obligo bedraagt maximaal 3% van de restantschuld van de geborgde leningen van de deelnemer. De omvang van dit obligo bedraagt ultimo 2020 € 0,7 mln.

Kredietfaciliteit
Ten behoeve van werkkapitaal heeft Vanboeijen een kredietfaciliteit bij de Rabobank. Dit betreft werkkapitaalfaciliteit tot wederopzegging, in de vorm van een rekening-courantfaciliteit. De kredietlimiet bedraagt € 4 miljoen en staat ter vrije beschikking.

Toelichting risico's van financiële instrumenten

Algemeen
Vanboeijen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de stichting blootstelt aan kredietrisico, renterisico, kasstroomrisico en liquiditeitsrisico. Om deze risico's te beheersen hanteert de raad van bestuur richtlijnen in de vorm van een treasury statuut. Daarnaast is een meerjaren liquiditeits- en investeringsbegroting aanwezig welke is vastgesteld door de raad van bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht.

Kredietrisico
Vanboeijen loopt kredietrisico over de vorderingen van die uitstaan op balansdatum. Beheersing van het kredietrisico vindt plaats door een actief debiteurenbeleid. Voor het afdekken van het kredietrisico is een voorziening opgenomen, die in aftrek is gebracht op de debiteuren.

Rente- en kasstroomrisico
Het beleid van de stichting is om haar financieringen volledig aan te trekken met vastrentende leningen, derhalve loopt de stichting geen renterisico over deze financiering. De stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. De stichting loopt met betrekking tot vast rentende leningen een reële waarde risico.

Liquiditeitsrisico
De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitbegrotingen. Het management ziet er op toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen.

Mitigerende maatregelen
Er is een treasury statuut waarin de beheersmaatregelen zijn verwoord, namelijk:

  • Het tijdelijk uitlenen van overtollige liquide middelen aan derden vereist een besluit van de raad van bestuur.
  • Voor het uitzetten van overtollige liquiditeiten wordt slechts zaken gedaan met banken of instituties die beschikken over een A-plusrating in producten die beschikken over een hoofdsomgarantie.
  • Overtollige liquiditeiten worden gespreid over meerdere partijen.
  • De debiteurenpositie wordt nauwgezet gevolgd en bij overschrijding van de betalingstermijn worden passende incassomaatregelen genomen.

Toelichting op de reële waarde
De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, effecten, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

4.5.4 Mutatieoverzicht vaste activa

Mutatieoverzicht materiële vaste activa

    1)   2)   3)   4)   5)   Totaal
bedragen x € 1.000                        
                         
Aanschafwaarde   69.404   12.899   9.002   181   254   91.740
Cumulatieve afschrijvingen   -24.905   -5.972   -4.499   0   0   -35.376
                         
Boekwaarde per 1 januari 2020   44.499   6.927   4.503   181   254   56.364
                         
                         
Investeringen in lopende jaar                        
Investeringen   0   0   819   1.347   0   2.166
Afschrijvingen   -2.962   -900   -1.071   0   0   -4.933
Bijzondere waardervermindering   0   0   0   0   0   0
Overige mutaties   786   266   0   -1.062   0   -10
                         
Terugname geheel afgeschreven activa                        
Aanschafwaarde   -1.687   -7   -739   0   0   -2.433
Cumulatieve afschrijvingen   1.687   7   739   0   0   2.433
                         
Desinvesteringen                        
Aanschafwaarde   0   0   -44   0   0   -44
Cumulatieve afschrijvingen   0   0   26   0   0   26
                         
Mutaties in boekwaarde 2020   -2.176   -634   -270   285   0   -2.795
                         
                         
Aanschafwaarde   68.503   13.158   9.038   466   254   91.419
Cumulatieve afschrijvingen   -26.180   -6.865   -4.805   0   0   -37.850
                         
Boekwaarde per 31 december 2020   42.323   6.293   4.233   466   254   53.569
                         
Afschrijvingspercentage   0% -12,5%   6,67 - 20%   10% - 33,3%   0%   0%    

1) Bedrijfsgebouwen en terreinen
2) Installaties
3) Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting
4) Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering
5) Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa

Mutatieoverzicht financiële vaste activa

            Overige langlopende vorderingen   Totaal
bedragen x € 1.000                
                 
Aanschafwaarde           75   75
Cumulatieve afschrijvingen           0   0
                 
Boekwaarde per 1 januari 2020           75   75
                 
Investeringen           -50   -50
Afschrijvingen           0   0
Herrubricering           -25   -25
                 
Mutaties in boekwaarde 2020           -75   -25
                 
                 
Aanschafwaarde           25   25
Cumulatieve afschrijvingen           -25   -25
                 
Boekwaarde per 31 december 2020           0   0
                 
Afschrijvingspercentage           0%    

4.5.5 Overzicht langlopende schulden

Overzicht langlopende schulden ultimo 2020

Leninggever Afsluit-datum Hoofdsom Looptijd Soort lening Zekerheden Rente Restschuld 31-12-2019
bedragen x € 1.000   jaren     %
               
BNG bank 16/01/2006  728   19  Banklening Borging WfZ 6,45% 192
BNG bank 19/08/2010  6.747   23  Banklening Borging WfZ 3,36% 3.813
BNG bank 01/08/2011  680   17  Banklening Borging WfZ 2,50% 360
BNG bank 12/12/2011  3.006   27  Banklening Borging WfZ 1,42% 2.043
BNG bank 01/06/2012  19.500   10  Banklening Borging WfZ 2,40% 4.875
BNG bank 30/11/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,74% 4.200
Nationale Nederlanden 12/12/2011  6.293   25  Banklening Borging WfZ 3,91% 4.279
Nationale Nederlanden 08/07/2013  3.700   20  Banklening Borging WfZ 2,87% 2.590
Nationale Nederlanden 26/01/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,37% 4.200
NWB bank 16/09/2010  3.233   19  Banklening Borging WfZ 2,80% 1.531
Rabobank 18/08/2014  5.800   15  Banklening geen 3,00% 1.100
Rabobank 31/12/2018  2.320   10  Banklening geen 2,70% 2.320
Rabobank 31/12/2018  1.280   10  Banklening geen 2,70% 880
Stichting Vrienden van Vanboeijen 15/06/2016  75   10  Onderhands geen 0,00% 75 
Totaal   63.362         32.458
               
Leninggever Nieuw in 2020 Aflossing 2020 Restschuld 31-12-2020 Restschuld over 5 jaar Resterende looptijd Wijze aflossing Aflossing 2021
  jaren  
               
BNG bank 0 38 153 0 4 lineair 38
BNG bank 0 293 3.520 2.053 12 lineair 293
BNG bank 0 40 320 120 8 lineair 40
BNG bank 0 114 1.929 1.357 17 lineair 114
BNG bank 0 1.950 2.925 0 2 lineair 1.950
BNG bank 0 200 4.000 3.000 20 lineair 200
Nationale Nederlanden 0 252 4.027 2.769 16 lineair 252
Nationale Nederlanden 0 185 2.405 1.480 13 lineair 185
Nationale Nederlanden 0 200 4.000 3.000 20 lineair 200
NWB bank 0 170 1.361 510 8 lineair 170
Rabobank 0 600 500 0 1 lineair 500
Rabobank 0 0 2.320 960 9 variabel 80
Rabobank 0 0 880 880 9 variabel 0
Stichting Vrienden van Vanboeijen 0 0 75 0 0 geen 75
Totaal 0 4.042 28.415 16.129     4.097

4.6 Toelichting op de resultatenrekening

4.6.1 Baten

11. Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten WLZ-zorg   85.873   83.720
Compensatie Covid-19   2.429   0
Opbrengsten WMO   1.988   1.531
Opbrengsten jeugdwet   768   490
Opbrengsten zorgverzekeringswet   4   0
Persoonsgebonden budgetten   2.036   2.085
Zorgprestaties tussen instellingen   314   393
Eigen bijdragen cliënten   175   214
Overige zorgprestaties   554   758
         
Totaal   94.141   89.191

De compensatie Covid-19 bestaat uit een compensatie voor omzetderving Wlz van € 1,2 mln en compensatie voor extra kosten van € 1,2 mln. De omzetderving is berekend ten opzichte van de representatieve periode februari 2020 en betreft met name extramurale dagbesteding. De extra kosten betreffen met name extra personeelsinzet en persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij de extra kosten is een besparing verrekend van zakelijke reiskosten en cliëntvervoer.
Bij het opmaken van de jaarrekening is er nog geen reactie van het zorgkantoor over de ingediende bedragen.

De specificatie van de WMO-opbrengsten is als volgt:   2020   2019
     
         
Gemeente Assen   1.875.890   1.462.969
Gemeente Tynaarlo   3.567   13.902
Gemeente Hoogeveen   56.519   53.679
Gemeente Groningen   51.523   0
Gemeente Meppel   0   257
Totaal   1.987.499   1.530.807
De specificatie van de jeugdwet-opbrengsten is als volgt:   2020   2019
     
         
Gemeente Assen   101.164   171.337
Gemeente Stadskanaal   18.426   81.757
Regio IJsselland / Gemeente Zwolle   333.014   180.700
Gemeente Almelo   313.743   55.974
Gemeente Borger Odoorn   1.478   0
Totaal   767.825   489.768

12. Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet)

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Rijkssubsidies van het Ministerie van VWS   327   300
Beschikbaarheidsbijdragen Opleidingen   38   0
Subsidie zorgbonus   2.851   0
Overige subsidies   158   0
         
    3.374   300

De Rijkssubsidies betreffen het Stagefonds (€ 135.000) en Praktijkleren (€ 192.000). De subsidie Praktijkleren is geheel in 2020 ontvangen en verwerkt. Voor de subsidie Stagefonds is een schatting opgenomen in 2020 en is de toekenning in 2021 ontvangen.

De specificatie van de zorgbonus is als volgt:     Medewerkers in loondienst       Derden       Totaal
    Aantal   Aantal     Aantal  
                       
Ontvangen zorgbonus 2020 - netto bonus (€ 1.000)   1.476 1.476.000   111   111.000   1.587   1.587.000
Ontvangen zorgbonus 2020 - belastingcomponent (€ 800 / € 750)     1.180.800       83.250       1.264.050
Totaal ontvangen zorgbonus 2020 (a)     2.656.800       194.250       2.851.050
                       
Netto uitgekeerde netto bonus (€1.000) aan medewerkers in loondienst in 2020   1.476 738.000           1.476   738.000
- waarvan A)   0 0           0   0
- waarvan B)   0 0           0   0
Afgedragen of aangegeven verschuldigde belasting (maximaal € 800 per persoon)     1.180.800               1.180.800
Totaal uitgekeerde netto bonus plus belasting aan medewerkers in loondienst 2020 (b)     1.918.800               1.918.800
                       
Netto uitgekeerde netto bonus (€1.000) aan derden in 2020         0   0   0   0
- waarvan C)         0   0   0   0
- waarvan D)         0   0   0   0
- waarvan E)         0   0   0   0
Afgedragen of aangegeven verschuldigde belasting (maximaal € 750 per persoon)             63.000       63.000
Totaal uitgekeerde netto bonus en belasting aan derden in 2020 (c)             63.000       63.000
                       
Te verrekenen zorgbonus 2020 met Ministerie VWS (a - b - c)     0       47.250       869.250
en/of Nog uit te betalen zorgbonus 2020 in 2021 (a - b - c)     738.000       84.000       869.250

Toelichting:
 A) uitbetaald aan medewerkers met een bruto salaris meer dan 2x modaal (€ 73.000 per jaar) bij een voltijd dienstverband.
 B) uitbetaald aan medewerkers die niet werkzaam zijn geweest in de periode 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020.
 C) uitbetaald aan derden (bv uitzendkrachten en gedetacheerden) voor wiens werkzaamheden op basis van een overeenkomst een bruto uur loon van meer dan € 39 is gehanteerd.
 D) uitbetaald aan derden (bv ZZP'ers) voor wiens werkzaamheden op basis van een overeenkomst een bruto uurtarief van meer dan € 88,90 (incl. BTW) is gehanteerd.
 E) uitbetaald aan derden die niet werkzaam zijn geweest in de periode 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020.

13. Overige bedrijfsopbrengsten

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Opbrengst werk & dagbesteding   229   362
Overige opbrengsten   158   403
         
Totaal   387   765

De overige opbrengsten betreffen met name verhuur van ruimten € 115.000 (2019: € 263.000).

4.6.2 Lasten

14. Personeelskosten

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Lonen en salarissen   51.326   48.033
Sociale lasten   9.515   8.087
Pensioenpremies   3.878   3.802
Andere personeelskosten   2.134   2.139
Dotatie en onttrekking personeelsvoorzieningen   -648   -177
     
Subtotaal   66.205   61.884
Personeel niet in loondienst   5.709   3.357
         
Totaal personeelskosten   71.914   65.241
         
Gemiddeld aantal personeelsleden in FTE's in boekjaar (excl. stagiaires)   1.174   1.167

De personeelskosten van 2020 bevatten uitgaven inzake Covid-19 die leiden tot een kostenverhogend effect. Waar mogelijk zijn deze kosten opgenomen in de Covid-19 compensatie.

15. Afschrijvingen vaste activa

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Afschrijvingslasten materiële vaste activa   4.950   5.077
         
Totaal afschrijvingen   4.950   5.077

In de afschrijvingslasten is € 17.000 boekwinst inbegrepen.

16. Overige bedrijfskosten

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten   5.742   5.686
Algemene kosten   4.484   4.873
Patiënt- en bewonersgebonden kosten   2.126   1.771
Kosten uitbesteding onderaannemers   154   158
         
Onderhoud en energiekosten:        
- Onderhoud   1.799   2.109
- Energiekosten gas   772   736
- Energiekosten stroom   627   642
- Energie overig   -4   63
Subtotaal   3.194   3.550
         
Huur en leasing   2.378   2.337
Dotatie en vrijval voorzieningen (excl. personeelsvoorzieningen)   702   0
         
Totaal overige bedrijfskosten   18.780   18.375

De overige bedrijfskosten van 2020 bevatten uitgaven inzake Covid-19 die leiden tot een kostenverhogend effect. Waar mogelijk zijn deze kosten opgenomen in de Covid-19 compensatie.

17. Financiële baten en lasten

De specificatie is als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Rentelasten langlopende leningen   804   913
Overige rentelasten   12   18
Rentebaten rekening courant   -3   -3
         
Totaal financiële baten en lasten   813   928

4.6.3 Overig

Honoraria accountant

De honoraria van de accountant zijn als volgt:   2020   2019
    € 1.000   € 1.000
         
Controle van de jaarrekening (incl. nacalculatie)   145   87
Overige controlewerkzaamheden (w.o. regeling AO/IC)   31   21
Fiscale advisering   0   0
Niet-controlediensten   28   24
         
Totaal honoraria accountant   204   132

De honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en inclusief BTW, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant reeds gedurende dat boekjaar zijn verricht.

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum bekend welke ingrijpende financiële gevolgen hebben voor de stichting.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur (en overige topfunctionarissen) over het jaar 2020 is als volgt:

  J.M. Imhof J. Dusseljee      
Functiegegevens Bestuurder (waarnemend) Bestuurder      
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 - 30/9 1/10 - 31/12      
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0      
Dienstbetrekking? ja ja      
Bezoldiging          
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 132.781 36.376      
Beloningen betaalbaar op termijn 8.855 2.937      
Subtotaal 141.636 39.313      
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 138.497 46.503      
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 3.139 0      
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.      
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling 1) n.v.t.      
Totale bezoldiging 2020 138.497 39.313      
           
Gegevens 2019          
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/1 - 31/12 n.v.t.      
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 n.v.t.      
Dienstbetrekking? ja n.v.t.      
           
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 167.394        
Beloningen betaalbaar op termijn 11.606        
Subtotaal 179.000        
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 179.000        
Totale bezoldiging 2019 179.000 0      

1) In 2020 is sprake van uitkering vakantietoeslag die betrekking heeft op eerdere jaren. Toerekening aan eerdere jaren, leidt niet tot een onverschuldigde betaling in een van de jaren.

De bezoldigingsklasse is door de raad van toezicht vastgesteld op IV.

De bezoldiging van de leden van de raad van toezicht over het jaar 2020 is als volgt:

  J.S. Reinders E.H.J. Uitentuis H.F. Schoep J. Schaart L. Kater E.J. Finnema
Functiegegevens voorzitter RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging            
Totale bezoldiging 2020 (excl. btw) 21.480 14.320 14.320 14.320 14.320 14.320
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 27.750 18.500 18.500 18.500 18.500 18.500
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0 0 0 0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
             
Gegevens 2019            
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Totale bezoldiging 2019 (excl. btw) 21.480 14.320 14.320 14.320 14.320 14.320
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 26.850 17.900 17.900 17.900 17.900 17.900

De uitkering wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen over het jaar 2020 is als volgt:

Functiegegevens   J.M. Imhof      
Functie(s) bij beëindiging dienstverband   Adviseur      
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)   1,0      
Jaar waarin dienstverband is beëindigd   2020      
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband          
Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband 2)   27.695      
           
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum   75.000      
           
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband   27.695      
Waarvan betaald in 2020   27.695      
           
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag   N.v.t.      
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan   N.v.t.      
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling   N.v.t.      
           

2)  De belaste looncomponenten gedurende de periode van vrijstelling van werk 1 oktober 2020 tot 30 november 2020 zijn onderdeel  van de beëindigingsvergoeding einde dienstverband. 

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De raad van bestuur van Stichting Vanboeijen, statutair gevestigd te Assen, heeft de jaarrekening 2020 vastgesteld in de vergadering van 14 april 2021.

De raad van toezicht van de Stichting Vanboeijen heeft de jaarrekening goedgekeurd in de vergadering van 14 april 2021.

         
         
         
         
         
         
       
Y. Tewelde MScBA     J. Dusseljee RA  
Voorzitter raad van bestuur     Lid raad van bestuur  
         
         
         
         
         
         
     
Prof. em. dr. J.S. Reinders     Drs. H.F. Schoep MMC CMC  
Voorzitter raad van toezicht     Lid raad van toezicht  
         
         
         
         
         
         
     
E.H.J. Uitentuis MHA     Drs. J. Schaart MHA  
Lid raad van toezicht     Lid raad van toezicht  
         
         
         
         
         
         
       
Prof. dr. E.J. Finnema     Dr. L. Kater MBA  
Lid raad van toezicht     Lid raad van toezicht  
         

Volgend hoofdstuk: 05 Overige gegevens